Aanbod van leraren

Het aanbod van nieuwe leraren is afkomstig van diverse bronnen waaruit nieuw personeel gerekruteerd kan worden:

  • Lerarenopleiding: het opleiden van jongeren tot leraar is traditioneel de belangrijkste bron om te voorzien in de behoefte aan nieuwe leraren. Tegenwoordig kan een student het vierde opleidingsjaar volgen op basis van een leer-arbeidsovereenkomst bij een school. Deze leraar in opleiding (lio) kan daarmee een deel van de taak van de leraar overnemen en op deze wijze eventuele problemen in de personeelsvoorziening verlichten.
  • Stille reserve: deze groep bestaat voor het po en het vo uit personen met een onderwijsbevoegdheid die buiten het onderwijs werkzaam zijn of zich hebben teruggetrokken van de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld in verband met zorgtaken).
  • Zij-instroom: mensen met een afgeronde hbo-/wo-opleiding die leraar kunnen worden via een andere route. Zij-instromers moeten uiteindelijk ook aan alle bevoegdheidseisen voldoen en worden in het model daarom meegenomen onder de instroom van afgestudeerden van de pabo en lerarenopleidingen om dubbeltelling te voorkomen.
  • Functiewijzigingen: mensen kunnen vanuit een lagere functie doorstromen naar een hogere functie. Zo kan onderwijsondersteunend personeel (onderwijsassistenten) een opleiding volgen en doorstromen naar de functie van leraar. Leraren kunnen op hun beurt directeur worden. Andersom kan natuurlijk ook: directeuren kunnen een stap terug doen en leraar worden. In dat geval is er ook sprake van aanbod van nieuwe leraren.
  • Vergroting van aanstellingsomvang of arbeidsduurvergroting: hierdoor maken scholen intensiever gebruik van het bestaande arbeidspotentieel bij leraren. Daardoor neemt de behoefte aan nieuwe leraren af.
  • Verminderen van het gebruik van de seniorenregeling. Dit impliceert dat men netto meer gaat werken (binnen het bestaande arbeidscontract).