Loonkosten

Deze sectie beschrijft het proces om de kosten te berekenen die ten behoeve van het personeel gemaakt worden. Allereerst wordt het brutoloon van een taak op kalenderjaarbasis bepaald. Vervolgens wordt dit vermeerderd met de werkgeverslasten om te komen tot de loonkosten van een taak. Tot slot wordt dit gewogen met de periode van het jaar dat men in dienst is geweest en worden de gewogen individuele loonkosten opgeteld om te komen tot totale loonkosten op kalenderjaarbasis. Op de onderliggende pagina's zijn details omtrent deze berekeningen te vinden.

Brutoloon

Stromen (zoals in- en uitstroom) lopen in Mirror altijd van oktober van een jaar tot oktober het jaar erna. De loonkosten moeten echter berekend worden op kalenderjaarbasis (bijvoorbeeld ten behoeve van begrotingen en confrontaties met budgetten). Daartoe simuleert Mirror hoe men op 1 januari van ieder jaar is ingeschaald. Periodiekverhogingen worden per 1 september uitgekeerd. In de salaristabellen worden vervolgens de juiste bedragen bij de betreffende inschalingen gedurende het jaar gezocht en opgeteld tot een bruto jaarloon van de aanstelling. De volgende stap is dit brutosalaris te verhogen met de werkgeverslasten.

Werkgeverslasten

In Mirror worden op basis van het bruto maandsalaris de loonkosten voor de werkgever bepaald. Bepalend hierin zijn diverse premiepercentages en andere financiële grootheden. Deze grootheden kunnen van jaar op jaar verschillend zijn (zie bijvoorbeeld de eenmalige uitkeringen en de pensioenpremies). De volgende componenten spelen in het bepalen van de totale loonkosten een rol. Bij een aantal componenten kunt u details omtrent de berekening vinden door op "Meer informatie" te klikken.

A. Bruto maandsalaris

Het bruto maandsalaris op basis van de inschaling (schaal en periodiek) en de betrekkingsomvang.

Indien van toepassing. Is men in deeltijd werkzaam dan wordt deze vermenigvuldigd met de betrekkingsomvang.

Het deel van de kosten van de seniorenregeling dat de werknemer zelf moet bijdragen.

Indien van toepassing. Is men in deeltijd werkzaam dan wordt deze vermenigvuldigd met de betrekkingsomvang. Voor het primair onderwijs geldt een korting bij gebruik van de seniorenregeling.

Eenmalige uitkeringen kunnen nominaal van aard zijn of een percentage over diverse loonbestanddelen. Is men in deeltijd werkzaam dan wordt het bedrag vermenigvuldigd met de betrekkingsomvang.

Dit is een bijdrage van de werkgever in de ziektekosten. Dit is een nominaal bedrag per werknemer. Is men in deeltijd werkzaam dan wordt het bedrag vermenigvuldigd met de betrekkingsomvang.

Directeuren in het primair onderwijs in schaal DA tot en met DC + uitloop ontvangen een toelage. Is men in deeltijd werkzaam dan wordt het bedrag vermenigvuldigd met de betrekkingsomvang. Er geldt een korting bij gebruik van de seniorenregeling.

Indien van toepassing. Is men in deeltijd werkzaam dan wordt deze vermenigvuldigd met de betrekkingsomvang.

Op basis hiervan worden de premies in het kader van de pensioenen ABP bepaald.

Het betreft hier de werkgeverspremies voor (a) ABP Keuzepensioen OP/NP, (b) Anw-compensatie, (c) Overgangspremie VPL en (d) ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen.

Deze post vormt de basis voor de bepaling van de werkgeverspremies voor de werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke werkgeversbijdrage in het kader van de zorgverzekeringswet. Tevens zijn de premies voor het vervangingsfonds en participatiefonds hierop gebaseerd (zie verderop).

Het betreft hier de basispremie WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) en de gedifferentieerde premie WGA (Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten).

Overheidswerkgevers betalen geen premie WW-Awf en sectorpremie. In plaats daarvan betalen zij de zogenoemde premie Uitvoeringsfonds voor de overheid (UFO) en houden zij op het loon van hun werknemers de zogenoemde pseudopremie WW in.

Deze premies zijn enkel voor het primair onderwijs van toepassing.

Deze regeling is vanaf 2009 van toepassing op werknemers van 62 jaar en ouder. Per 1 januari 2013 is de regeling vervallen.

De data die we over deze posten ontvangen is helaas onvoldoende gedetailleerd en zuiver om schattingen en prognoses mee uit te voeren. Op dit moment zijn de kansen op al deze posten daarom op 0 gesteld. Onder "Meer informatie" kunt u zien hoe het proces in principe verloopt.

De totale loonkosten kunnen met behulp van bovenstaande posten als volgt berekend worden:

A + B - C + D + E + F + G + H + I + J + L + O + P + Q + R + S - T + U.

Variabele Toelichting
A bruto maandsalaris
B uitlooptoeslag
C korting gebruik seniorenregeling
D schaaluitlooptoeslag
E vakantie-uitkering
F structurele eindejaarsuitkering
G eenmalige uitkeringen
H compensatie inkomensgevolgen ziektekosten
I directietoelage
J bindingstoelage
L werkgeversdeel pensioenpremies
O werkgeverspremies WIA en WGA
P werkgeversbijdrae ZVW
Q werkgeverspremies UFO en pseudo-WW
R werkgeversbijdrage kinderopvang
S premie vervangingsfonds en participatiefonds
T premievrijstelling oudere werknemers
U netto toeslagen + bruto toeslagen - bruto kortingen

 

Macro loonkosten

De macro loonkosten op kalenderjaarbasis worden berekend door het met werkgeverslasten verhoogde brutoloon te wegen met de maanden dat men werkzaam was gedurende het onderhavige kalenderjaar. Uitstroom naar stille reserve telt voor 10 maanden mee, omdat men gemiddeld na 10 maanden uitstroomt. Uitstroom naar pensioen en overlijden tellen we voor de helft van het jaar mee omdat dit gespreid over het jaar plaatsvindt. Instroom van directeuren worden voor 5,2 maanden meegeteld en instroom van leraren voor 4 maanden, beide gebaseerd op gemiddelde instroomprofielen. Aanstellingen die gedurende het hele jaar aanwezig zijn worden voor 12 maanden meegeteld. Na weging kunnen de totale loonkosten op kalenderjaarbasis bepaald worden.