Instroom

Nadat eerdere stromen (zoals uitstroom, taakverlies, taakverandering, et cetera) zijn vastgesteld, resteert een aantal vacatures die mogelijk nog vervuld zullen worden. De manier waarop dat gebeurt, hangt in Mirror af van de functie waar het om gaat. Leraren kunnen bijvoorbeeld vanuit de categorie “afgestudeerd van lerarenopleiding” en uit de stille reserve instromen. Directeuren stromen in vanuit de stille reserve en deels door zij-instroom. (Vacatures directeuren kunnen ook vervuld worden door leraren die directeur worden, zie functiewijziging.) Voor oop/obp wordt verondersteld dat er altijd genoeg personen aanwezig zijn om alle vacatures te vervullen. Voor die functies worden dus naar believen personen gecreëerd (met een leeftijd/geslacht verdeling op grond van de historische instroom).

Onderstaande figuren geven het proces voor leraren weer. Onder de figuren is meer detail te vinden.

De twee subprocessen om personen te laten instromen, werken min of meer identiek. De werking van het subproces is hieronder weergegeven.

Instroom van afgestudeerden

Het proces waarmee het jaarlijks aantal beschikbare aantal afstudeerders wordt vastgesteld is elders beschreven. Voor deze afstudeerders wordt in eerste instantie een school in een regio gezocht, waarbij de regio bepaald is met een model waarin de regionaal benodigde instroom is verwerkt. Voor elke instromer wordt ook de leeftijd, het geslacht en de gewenste taakomvang modelmatig bepaald aan de hand van historische gegevens. Als er geen plek in de gewenste regio beschikbaar is voor de gewenste taakomvang, dan wordt in andere regio’s naar een school gezocht (zie voor meer detail de pagina over het zoeken van een school). In het algemeen zijn er echter voldoende vacatures beschikbaar in de voorkeursregio op het moment dat de instroom van afstudeerders in het model wordt behandeld zodat haast altijd de gewenste betrekkingsomvang in de gewenste regio beschikbaar is. De instroom van afgestudeerden vindt namelijk als eerste plaats in de instroom module.

Instroom vanuit de stille reserve

De manier waarop de stille reserve in het startjaar is geconstrueerd is elders beschreven. Instromers uit de stille reserve worden leraar of directeur. De instroomkans uit de stille reserve is afgeleid uit de beschikbare data waarin personen van jaar tot jaar geanonimiseerd gevolgd kunnen worden. Door tijdens de simulatie het bestand van de stille reserve steeds bij te werken en de geschatte instroomkansen toe te passen, zijn de aantallen personen die zich jaarlijks aanbieden vanuit de stille reserve met hun geslacht, leeftijd en functie te simuleren. De betrekkingsomvang van instromers wordt vervolgens modelmatig bepaald, waarbij wordt afgezien van betrekkingsomvangen groter dan 1 fte.

Aan instromers uit de stille reserve dient ook een voorkeursregio te worden toegewezen. Van iemand die instroomt uit de stille reserve is de regio van uitstroom naar de stille reserve bekend. Deze regio wordt gebruikt om de regio van instroom te bepalen analoog aan het proces in de module taakverlies. Eerst wordt dus bekeken of een persoon regionaal mobiel is. Als dat het geval is, wordt nog bekeken (met een logit model) of iemand in een naburige regio terecht zal komen en afhankelijk van de uitkomst daarvan wordt er gewerkt met een overgangsmatrix die een naburige dan wel niet-naburige voorkeursregio geeft. Vervolgens wordt een school gezocht via het algoritme op de pagina school zoeken.

Kanttekening

In het bve wordt voor alle functies verondersteld dat er voldoende instroom beschikbaar is, dus ook voor leraren en directeuren. Deze aanname wordt gemaakt omdat de arbeidsmarkt voor die sector veel opener is en het aanbod daardoor lastig te voorspellen is. Daar is dan dus ook geen sprake van een stille reservebestand dat gedurende de simulatie wordt bijgehouden. Personen die instromen vanuit de stille reserve worden naar behoeven 'gecreëerd' en vacatures treden daarom in het bve-model niet op. Dat wil niet zeggen dat er in het bve geen krapte kan bestaan in de praktijk. Het is op het moment alleen niet goed mogelijk deze krapte te voorspellen. De instroom die voor het bve voorspeld wordt, geeft wel een indicatie van de moeite die gedaan moet worden om tekorten te voorkomen.