Stromen

Door het formatiebestand op peildatum 1 oktober van het jaar $t$ op taakniveau te koppelen aan het formatiebestand in het jaar $t-1$ bepalen we de stromen. We onderscheiden de volgende stromen, waarbij sectoren afzonderlijk worden beschouwd:

  • Instroom: de taak is in de sector aanwezig in het formatiebestand van jaar $t$, maar niet in het formatiebestand van jaar $t-1$;
  • Uitstroom: de persoon is in de sector aanwezig in het formatiebestand van jaar $t-1$, maar niet in het formatiebestand van jaar $t$. Dit betekent dat een persoon al zijn/haar taken verliest;
  • Taakverandering zonder taakverlies (taakvergroting of taakverkleining): de bestaande taak verandert van omvang van jaar $t-1$ op $t$ maar blijft op dezelfde school;
  • Taakverlies: dit betreft diverse varianten waarbij de persoon in ieder geval van school verandert, maar mogelijk ook van functie verandert en/of van taakomvang verandert. De persoon blijft dus in tegenstelling tot uitstroom wel in de sector werken;
  • Functieverandering: de taak verandert van functie op dezelfde school.

Alle mogelijke varianten van deze stromen worden apart bepaald en dienen als input voor het schattingsproces.