Vakken bepalen (vo)

Als een leraar instroomt en bij een school gaat werken, moet bepaald worden welke vakken hij gaat geven en van welke graad. Uitgangspunt is daarbij dat de leraar bevoegd moet zijn voor het vak dat hij gaat geven en uiteraard dat er ruimte is om dat vak te geven. Voor instromende afstudeerders wordt de bevoegdheid bepaald aan de hand van de informatie over vak en graad waarin men is afgestudeerd. Voor de stille reserve wordt gehanteerd dat men bevoegd is voor het vak of de vakken die men gaf voorafgaand aan uitstroom naar de stille reserve, al hoeft dit strikt genomen in de praktijk niet altijd het geval te zijn.

Van deze mogelijk vakken krijgt de leraar het vak toegewezen waar de meeste behoefte aan bestaat op de school. Daarbij wordt een tweedegraadsvak ook overwogen (met een lagere score) indien het voorkeursvak het eerstegraadsvak betreft. Indien meerdere voorkeursvakken dezelfde score hebben, wordt het vak met de grootste onvervulde vraag op de school gekozen.

Om te voorkomen dat er teveel te kleine taken ontstaan, wordt in zeer beperkte mate toegestaan dat men op een school een grotere taak krijgt dan feitelijk ruimte was in dat vak, mits er op regionaal niveau nog voldoende ruimte is.