Vraag naar leraren

In onze definities is de vervulde vraag plus de onvervulde vraag gelijk aan de werkgelegenheid en daarmee zijn totale vraag en werkgelegenheid in feite identiek. Een groot deel van die totale vraag (= werkgelegenheid) wordt daarbij van jaar op jaar ingevuld door personen die gewoon een onveranderd aantal uren blijven werken. De interpretatie van de term ‘vraag’ is in het spraakgebruik echter veelal ‘nieuwe vraag’, dus zonder die personen die blijven werken. Vandaar dat we om verwarring te voorkomen spreken van werkgelegenheid in plaats van (totale) vraag.

De behoefte aan ‘nieuwe’ leraren wordt in hoofdzaak bepaald door de volgende factoren:

  • de ontwikkeling in leerlingaantallen;
  • de uitstroom van leraren;
  • functiewijzigingen van leraren;
  • verkleining van werktijdfactor van leraren (waaronder het gebruik van de seniorenregeling).

Uitbreidings- en vervangingsvraag

We onderscheiden twee soorten vraag naar leraren: de uitbreidingsvraag en de vervangingsvraag. De uitbreidingsvraag wordt bepaald door de ontwikkeling in het aantal leerlingen: naarmate er meer leerlingen zijn, zijn er meer leraren nodig. De vervangingsvraag wordt bepaald door het saldo van uitstroom, arbeidsduurwijziging, functiewijziging en het gebruik van de seniorenregeling. De uitbreidingsvraag is dus de behoefte aan 'nieuwe' leraren als gevolg van veranderingen in leerlingenaantallen en de vervangingsvraag is de behoefte aan ‘nieuwe’ leraren als gevolg van arbeidsmarktstromen bij het zittend personeel. De uitbreidingsvraag kan positief of negatief zijn; hij is positief als het aantal leerlingen toeneemt (bij een ongewijzigde leraar-leerlingenratio) en negatief als het aantal leerlingen afneemt. De vervangingsvraag is in de praktijk altijd positief.

Andere factoren

Verder zijn er nog andere factoren die een rol spelen in de vraag naar nieuwe leraren: de leerling-leraarratio en de organisatie van het werk binnen de scholen. Bij organisatie van het werk binnen de school wordt gerefereerd aan de functiedifferentiatie (directeuren, leraren, assistenten). Deze factoren worden constant verondersteld in de ramingen. Ze worden per individuele school constant gehouden op het niveau van het meest recente jaar waarover gegevens bekend zijn van de school. Uitzondering vormt het po, waarin ook rekening wordt gehouden met een (kleine) vaste voet in de vraag naar leraren vanwege de vaste voeten in de bekostiging.